donderdag 6 februari 2014

'Wonderbaarlijk gemaakt' van Philip Yancey en Paul Brand

Wat is het toch, dit naadloze kledingstuk, bijna twee vierkante meter, onze verpakking, onze facade die rood wordt, verbleekt, zweet, glinstert, gloeit, rimpelt, tintelt, rilt, jeukt, en ons de hele dag door van plezier en pijn voorziet, tegelijk behoeder van de organen binnen en gevoelige sonde, avonturier in de buitenwereld?
Richard Selzer
Een citaat over 'de huid' uit het boek 'Wonderbaarlijk gemaakt'. Ik was er al een poos mee bezig, maar had het even aan de kant gelegd voor 'de deugdelijke huisvrouw'. Op het gevaar af dat ik alle boeken waar ik over blog, 'geweldig' of 'prachtig' vind, wil ik het dit keer toch weer niet met minder afdoen. Dit is weer een héél goed, mooi, leerzaam boek, ik zou het opnieuw iedereen willen aanraden! Ik kan wel uitleggen waarom het allemaal geweldige boeken zijn waar ik over blog. Om de heel eenvoudige reden dat ik alleen boek uitlees als ik het 'geweldig' of 'prachtig' vind;)
Het boek beschrijft op een heel toegankelijke manier de werking van cellen, botten, huid en bewegen. Daarbij vergelijkt hij dit met het lichaam van Christus.
Het liefst zou ik het hele boek overschrijven, ik beperk me tot één mooi stukje.


Het boek begint met een uitspraak van Augustinus, die ik het vermelden waard vindt:
De mens gaat naar het buitenland om zich te verwonderen over de hoogte van bergen, over de hoge golven van de zee, over de lange loop van rivieren, over de uitgestrektheid van de oceaan, over de banen van de sterren; en gaat aan zichzelf voor bij zonder zich te verwonderen.

'Wanneer je de witten cellen bekijkt, kun je je nauwelijks voorstellen dat ze met hun schijnbaar zo trage en ineffectieve manier van patrouilleren in hun territorium, ooit in staat zullen zijn een aanval af te slaan. Maar dat verandert zodra de aanval plaatsvindt. Ik pak een dunnen naald, en zonder de vleermuis wakker te maken prik ik door de vleugel heen, waarbij ik een fijn haarvat doorboor. Het lijkt wel alsof er een alarm afgaat. Spiercellen trekken zich samen rond de beschadigde wand van het haarvat, waarmee ze een dam opwerpen om het verlies van waardevol bloed tegen te gaan. Stollingsagenten brengen de stroom aan het huidoppervlak tot stilstand. Het duurt niet lang of de vuilnisophaalcellen verschijnen om de rommel op te ruimen, en fibroblasten, cellen die in het lichaam zorgen voor herstel, groeperen zich rond de plek van het letsel. Maar de meest spectaculaire verandering heeft te maken met de trage witte cellen. Alsof ze het kunnen ruiken (we weten nog altijd niet hoe ze gevaar gewaar worden), houden de dichtsbijzijnde witte bloedlichaampjes abrupt op met hun doelloos rondzwerven. Als jachthonden die een konijn ruiken, komen ze van alle kanten aanzetten richting de plek van de aanval. Gebruik makend van hun unieke eigenschap om van vorm te kunnen veranderen, sijpelen ze door de overlappende cellen van de wanden van de haarvaten heen en haasten zich via de kortste weg door het weefsel. Zodra ze aankomen, begint het gevecht.'

'God vraagt maar één ding van 'cellen', dat ieder individu loyaal is aan het Hoofd. Wanneer iedere cel de behoeften van het gehele Lichaam aanvaardt als het doel van zijn leven, dan zal het Lichaam in gezondheid leven. Het is een geniale vondst, en de enige zuivere vorm van algehele gelijkheid die ik in heel de samenleving kan ontdekken. God heeft ieder individu in het Lichaam toegerust met dezelfde capaciteit om hieraan te beantwoorden. In het Lichaam van Christus heeft een kleuteronderwijzer dezelfde waarde als een bisschop, en het werk van die onderwijzer kan net zo waardevol zijn. De dollar van een weduwe kan gelijk staan aan de jaargift van een miljonair. Verlegenheid, schoonheid, welsprekendheid, ras, ontwikkeldheid - geen van deze dingen doet ertoe, alleen de loyaliteit aan het Hoofd, en door het Hoofd aan elkaar.'


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen