dinsdag 8 januari 2013

'Eindelijk Thuis' van Henri Nouwen


Eindelijk thuis.

De titel van het boek waarvan ik zojuist de laatste bladzijden heb gelezen. Ik had het al een aantal jaren eerder gelezen en herinnerde me dat het een mooi boek was. En ik werd ook deze keer niet teleurgesteld, want het heeft me weer verrast. Het verraste me onaangenaam
op de momenten dat de schrijver zichzelf, maar tegelijkertijd de mensheid en dus ook mij vereenzelvigd met de jongste zoon. Het zoeken naar de Liefde leidt ons elke keer weer naar de verkeerde plaatsen en laat ons zoeken op plekken waar we teleurgesteld worden.
Keer op keer moedigd hij mij en elke lezer aan om te luisteren naar de zachte stem van de Vader die keer op keer zegt: ‘Jij bent mijn geliefde zoon/dochter, kom thuis!’. Dat zegt Hij niet alleen tegen de jongste, maar ook tegen de oudste. Ook de vereenzelviging met de oudste zoon is niet zo prettig, maar toch ook weer herkenbaar. Wat is dat toch met de mens? Dat we verlangen ‘iemand’ te zijn en dat proberen te bereiken door ons goed en gewenst te gedragen, zoals mensen dat van ons verwachten, we willen presteren. En wij als gelovigen die het geloof nooit uiterlijk de rug toe keren… ons hart zit vaak vol oordelen over die dat wel deden, we gaan onszelf vergelijken en willen met kop en schouders boven de anderen uisteken en voelen ons zeer ontdaan en zwaar beledigd als men ons niet ziet of aan ons voorbij gaat. Om nog maar niet te spreken over onze diepe verontwaardiging als we zien dat zij die grove fouten hebben begaan met grote vreugde binnengehaald worden.
Ja, zowel het worden als de jongste zoon als het worden als de oudste zoon is me niet helemaal vreemd en daarom ook niet moeilijk om me in te beelden. We leven in een wereld vol duisternis en die duisternis vult ook ons eigen hart. Pijnlijk om te (h)erkennen…

Maar daar blijft het niet bij, hoeft het niet bij te blijven. Want nog verrassender is het dat we uiteindelijk geroepen worden om te worden als de Vader! ‘Weest heilig, zoals mijn Vader heilig is’ ‘Weest barmhartig, zoals ook mijn Vader barmhartig is’… zijn Jezus’ woorden. Als we thuis gekomen zijn bij de Vader… mogen we daarna ook zonen en dochters welkom heten.


En nu citeer ik even:
‘Kan ik geven zonder er iets voor terug te verlangen, liefhebben, zonder voorwaarden te stellen…
Er heerst een verschrikkelijke leegte in dit vaderschap. Geen kracht, geen succes, geen populariteit, geen geestelijke voldoening. Maar diezelfde verschrikkelijke leegte is ook de plek waar een mens ‘niets te verliezen heeft’, waar onvoorwaardelijke liefde en echte geestelijke kracht gevonden kunnen worden…
Maar het is onmogelijk voor mij om consequent lief te hebben zonder er iets voor terug te verlangen. Maar de discipline  houdt nu juist in, dat ik er vanaf zie deze zware opdracht te vervullen, als een soort heldendaad. Ik moet de opstandige jongste zoon en de gebelgde oudste zoon naar voren laten komen om te buigen voor de onvoorwaardelijke, vergevende liefde van de Vader.’

Ik kan het niet bevatten, het is te groot… en het is ook waar dat we ons hele leven op de terugreis zijn. En hier en nu, ik vind het zo mooi en geniet er zo van als ik iets proef van die onvoorwaardelijke Vaderliefde. En het is waar, vaak doet Hij dat door Zijn kinderen heen! En wat is er vreugdevoller dan die liefde door te geven? Zo onvolmaakt als het hier nog is, zo kort van duur soms… maar toch zien we de ‘verborgen, maar toch werkelijke aanwezigheid van de Vader’, zien we het Licht schijnen in de duisternis.
In Filipenzen 2 staat een tekst die me de laatste tijd erg bemoedigd:
'Want het is God, Die in u werkt, zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.'

En pas bij mijn laatste adem zal ik THUIS komen en blijken er echt eeuwige armen onder mij te zijn, die er al mijn leven lang waren!
De armen van mijn Vader!
Maar stil eens even, ik hoor een stem, nu al, vol liefde:
Kind, jij bent altijd bij Mij, en al het Mijne is het jouwe!
Waar stopt het leven en begint de eeuwigheid eigenlijk?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten